Fred Wolters en ik zijn op weg naar BUOG te Leeuwarden. We zijn per trein vanuit Groningen gekomen en betreden de Friese culturele hoofdstad van Europa 2018 vol verwachting. De nieuwe grote fontein, twee witte kinderkoppen, verwelkomt ons op het stationsplein.
Wij begeven ons te voet naar links, richting Harlingertrekweg, want daar zetelt BUOG. De afkorting maakt bij voorbaat nieuwsgierig: Bedenkers en Uitvoerders van Ongewone Gebeurtenissen.

BUOG blijkt gehuisvest in een bescheiden, blauwgeverfd, solitair staand oud pand dat onmiddellijk opvalt te midden van moderne, grote, grijze  kantoorgebouwen. De deur staat open. Er hangt een grote lampenkap in het halletje. Een trap voert naar boven. Wij roepen ‘volluk’ en klimmen omhoog om te zien wie en wat er achter BUOG schuil gaat.

WIE 
Dat blijken Pieter Stellingwerf en Kees Botman te zijn, vijftigers, maar er jonger uitziend.
Pieter kreeg na de Hogeschool van de Kunsten te Utrecht interesse om meer met ‘licht’ te werken. Zodoende kwam hij in contact met Kees, die als lichtontwerper en inspiciënt daar veel ervaring mee had. Ze bleken samen een goed team en waren beiden geïnspireerd om bijzondere projecten te ontwikkelen. Iets anders dan het bekende. Hun taakverdeling vormde zich al snel in de praktijk: Pieter doet, algemeen gesproken, de ‘menskant’ en Kees de technische kant, licht, en vorm.

 

 

WAT
BUOG ontwikkelt voor opdrachtgevers, gemeenten, provincies, bedrijven, dorpsverenigingen, enzovoort, bijzondere evenementen, waarbij vooral de locatie heel bepalend is. Zij bedenken het concept, waarna de uitvoering door een veelheid aan medewerkers, amateurs maar ook professionals, moet worden gerealiseerd. Dat is een hele klus, waarbij een groot beroep op de menskant (Pieter) alsmede de technische en vormaspecten (Kees) wordt gedaan. Naast het eindproduct, wat natuurlijk moet staan als een huis, willen zij ook de deelnemers boven zichzelf laten uitstijgen, creatief maken, zodanig dat mensen het nooit zullen vergeten. Er komt bij zo’n productie een hele hoop kijken: mensen moeten klaargestoomd, er moeten decors komen, teksten geschreven, muziek ingepast, enzovoort, enzovoort. Pieter en Kees zijn daarin de spinnen in het web en werken soms op locatie tot diep in de nacht. 

Om dit verhaal wat handen en voeten te geven een paar voorbeelden van grote producties:

  • Het spektakelstuk ‘De Dwerskop’te Burgum in een nog niet geheel afgebouwd aquaduct, waarbij het thema ‘verbinding’was (beschreven in de Nieuwsbrief van november 2015). 
  • Het project rond Jopie Huisman, de Friese autodidacte meester-schilder, die leefde van 1922 tot 2000. Tijdens dit project stond Jopie  een week centraal in allerlei zorginstellingen, waarbij de bewoners schilderles kregen, het lievelingsmenu van Jopie aten (bonen met spekjes) en er toneel werd uitgevoerd.
  • Oorsprong was een dansproductie op het Wad, zonder één woord gesproken, waarbij twee mensen uit de klei worden geboren. 
  • Of het gebeuren rond de overleden blinde Friese bard Tsjêbbe Hettinga, waarbij de inwoners van zijn geboortedorp Burgwerd in het donker figureerden.

Momenteel zijn Pieter en Kees druk bezig met de voorbereiding van een monsterproductie op het TT-terrein te Assen rond de legendarische motorrijder Jack Middelburg, ook wel Jumping Jackgenoemd. Deze productie staat volgend jaar in mei te gebeuren. Daarover straks meer.

HOE
Het hoe varieert natuurlijk per productie. Van kleine tot grote. Wat altijd telt is de betrokkenheid van de gemeenschap. Zoals gezegd, doen naast professionals ook amateurs mee. De kunst is om iedereen op één lijn te krijgen.
Daarnaast moeten de randvoorwaarden goed zijn: de begroting, het plan, de betrokkenheid van de mensen. Als daar twijfels over zijn, moet het beter, of anders stappen Pieter en Kees er niet in. Ze moeten beiden een goed gevoel hebben bij het idee en de plannen, er door getriggerd zijn, en de nodige ruimte krijgen, anders beginnen ze er niet aan.
De locatie moet bij voorkeur spannend zijn, en met een bijzonder verhaal. Want: waar nog niets is, kunnen wij iets maken. Iets bijzonders, wat de mensen bijblijft. Maar soms ook is het eenvoudiger, bijvoorbeeld een training voor politiemensen.
Het is belangrijk de mensen mee te krijgen, ook als het tegenzit en er twijfels rijzen over de haalbaarheid of uitvoerbaarheid. Als de deadlines naderen. Als er een storm over het land raast die de decors vernielt, enzovoort. Pieter en Kees zijn echter niet snel van hun stuk te krijgen, zeggen ze zelf. Ook wij kregen de indruk dat zij onder allerlei lastige omstandigheden het hoofd koel houden. 

De productie Jumping Jackop het TT-circuit van Assen is zo’n voorbeeld wat er allemaal komt kijken en wat er dus ook mis zou kunnen gaan. Een begroting van boven de miljoen; 10 acteurs, 20 jonge theatertalenten, 30 racemotoren, 40 gitaristen, 50 muzikanten, 60 energieke dansers. Bezoekers kunnen voor aanvang van de voorstelling in hun eigen auto een rondje over het circuit rijden. Kortom, hoogspanning.

 


WAARTOE
Evalueren jullie wel eens, vragen wij. Nee, zeggen ze, we kijken nooit om, maar altijd vooruit. We zijn altijd bezig met nieuwe uitdagingen. Vanaf de start in 2001 hebben ze al een kleine 100 producties gerealiseerd. Of ze wel eens iets doen voor openluchttheaters? Nee, dat zijn theaters met een vaste plek en een vaste opstelling, waardoor het voor ons te weinig uitdaagt. De locatie moet uitdagen en dat doet een openluchttheater bij ons niet. Wel helpen ze soms de gezelschappen die daar spelen met adviezen, bijvoorbeeld over de belichting en dergelijke.
Aan acquisitie doen ze niet. Niet nog meer werk, zuchten ze. Bovendien willen ze hun eigen koers varen en niet in formats geperst worden.

WAARHEEN
Als ontwikkeling zien ze het nog sterker maken van de ‘belevingskant’ in relatie tot de ‘tekst/toneelkant’. Ze streven heel duidelijk naar een totaalbeleving, een onvergetelijke ervaring waar mensen nog lang over napraten.
Persoonlijk zouden ze het zo langzamerhand wel wat kalmer aan willen doen, want zoals gezegd, gaan ook bij Pieter en Kees de jaren tellen. En het zal duidelijk zijn dat dit een veeleisend, creatief, maar ook lichamelijk veel vragend beroep is.

Wij dalen na dit interview, boordevol indrukken, de trap weer af, en zijn zoals meestal na zo’n gesprek verwonderd over de veelheid aan creatieve en bijzondere mensen, zoals Kees en Pieter, in de wereld van de kunsten. Welk een voorrecht om zulke lieden te mogen ontmoeten!

Atze van Wieren en Fred Wolters, september 2018.

 

Voor meer informatie, zie: